‘Wat ik schilder, ben ik zelf’

(Een interview met Will Verhoeven uit 2012)

Will_verhoeven_interview

Hij pakt meteen een portret van zijn schildersezel en zegt: ‘Deze is af, ik vind hem mooi.’ Het woord ‘mooi’ rolt vanzelfsprekend over zijn lippen. Zo ken ik hem niet, die broer van mij. Maar hier in zijn atelier, diep achterin de tuin van zijn woonhuis, vallen alle aarzelingen over zijn werk weg. In deze zelfgebouwde vrijplaats vallen droom en daad samen.

Portretten, abstracte kleurrijke werken, geheimzinnige landschappen in allerlei formaten. Zijn atelier herbergt een heel diverse verzameling schilderijen. ‘Jij schildert literair’, zeiden ze vroeger op de academie al tegen me. Het klonk als een verwijt, destijds. Nu weet ik dat ze gelijk hadden: ik ben nooit bezig met alleen vorm, kleur of techniek. Ik zoek een verhaal en hoe ik dat bereik, is minder belangrijk. Daarom zijn mijn schilderijen zo verschillend van karakter.’

welk verhaal?

‘Het werk dat ik maak zegt veel meer over mij dan ik eigenlijk zelf begrijp. Schilderen gaat niet over trucjes, maniertjes of technieken. Juist niet. De schrijver Tomas Tranströmer zegt het mooi: ‘Midden in het bos is een onverwachte open plek die alleen maar gevonden kan worden door wie is verdwaald.’ Dat is precies waar ik wil zijn als ik schilder. Ik wil verdwalen. Een schilderij moet buiten mijzelf om ontstaan, dat is het mooist. Dan krijgt het een ziel. De momenten dat ik daar dichtbij kom, voelen onbeschrijflijk goed.’ (Stilte) ‘Klinkt pathetisch hè?’

nee, eerder bijzonder. leg eens uit hoe dat werkt.

‘Een wit doek kan vreselijk wit zijn. De drempel om te beginnen aan schilderen kan soms hoog zijn. Dat doek staat je dan zo aan te staren. Maar als het me lukt mijn intuïtie aan te spreken, dan gaat het als vanzelf. Bij schilderen is het de kunst de rationele linker hersenhelft lam te leggen. Dan ontstaan de mooiste dingen.’

hoe begint zoiets?

‘Ik verzamel altijd knipsels van beelden die me raken. Dat kan een foto van een jongetje zijn in een krant bijvoorbeeld. Dan ben ik bezig met een portret en denk ik: hoe ziet zo’n oog er ook weer precies uit? Ik zie dat plaatje liggen en begin zijn oog te schilderen en voor ik het weet heb ik een portret gemaakt van een jongen. Hij is het! Technisch klopt het. Maar wat dan? Wat moet ik met dat mooie jongetje dat ik helemaal niet ken? Ophangen? Nee. Dan staat het een tijdje op mijn ezel en dan komt het moment dat ik erin vlieg. Ik bedek hem met een laag verf –spetters, vegen, penseelstreken – en ineens krijgt het een beeld zeggingskracht. Als dat lukt, dan wordt het spannend, dan wordt het een verhaal.

waar ben je dan naar op zoek?

‘Naar onvolmaaktheid denk ik, naar kwetsbaarheid. Ik voel diepe verwantschap met mensen die het niet meteen kunnen vinden in het leven. Die vind ik verleidelijk. Zo wil ik zelf ook zijn, zeker als ik schilder. Mensen die in alle kwetsbaarheid zichzelf staande houden, zijn de mooiste mensen. Soms lukt het me om dat in een beeld te vangen. Een stil, zoekend, vragend beeld.’

je geeft ook schilderlessen. hoe leer je anderen te schilderen zonder linkerhersenhelft’?

‘Een oefening die ik wel eens doe: teken een object zonder op het papier te kijken. Observeer en laat je hand zijn gang gaan. Dat levert zulke mooie gevoelige lijnen op, dat is geweldig. Als het hoofd erbij komt, begint het gelazer: het lijkt niet, ik kán het niet, het is niet mooi. Onzin. Ik ken een man die door een herseninfarct rechtszijdig verlamd is. Ik dacht: hoe zou het zijn om alleen linkshandig te kunnen werken? Toen ben ik een paar schilderijen linkshandig gaan schilderen. De controle was weg en het begon te stromen Het leverde een peinzend, dromend, bijna zwevend portret op van een man die met een hand zijn hoofd ondersteunt.’

wanneer is voor jou een schilderij af?

‘Dat moment kiezen kan soms lastig zijn. Een graadmeter is, als ik mededogen voel met de mens of het landschap dat ik heb neergezet. Het moet het plaatje overstijgen, dat is voor mij belangrijk. Er zit een ziel in de dingen en als ik die kan aanraken, raak ik ook mijn eigen ziel. Of misschien is het wel andersom. Ik weet niet precies hoe het werkt.’

Je eigen ziel willen raken in elk kunstwerk, dat is nogal…

‘Ambitieus? Misschien wel, maar ik kan niet anders. Alles wat ik schilder, ben ik zelf, dat weet ik inmiddels wel. Ik heb veel gewandeld in de Pyreneeën en dat is zó heerlijk. Op een gelukkig moment val je samen met het landschap. Ken je dat? Alles is dan harmonie en schoonheid. Alles wat ik waarneem op die plek hóórt daar. Ik zelfs. Terug thuis wil ik die essentie raken bij het maken van een schilderij. En dat lijkt in het begin vrijwel onmogelijk. De waarneming is dan misschien wel het vertrekpunt, maar om de ziel te vinden is nog iets anders nodig. Dat zit in de manier waaróp het geschilderd wil worden. Hóe wil ik het zien? Wanneer benadert de harmonie van het schilderij de harmonie die ik gevoeld heb? En harmonie is heel gelaagd, hé. Het gaat ook over spanning, verrassing, contrast, verlangen, samenvloeien. Al die facetten van de ervaring van toen vragen om een vertaling in verf, in gelaagdheid, in beweging totdat ik een echo voel van de ervaring.’

En dan pas mag het de wereld in?

‘En geen dag eerder.’

SV