De wereld is nog vers en adembenemend. Met mijn vader op de fiets. Landweggetjes leiden naar verscholen korenvelden. Overal vogeltjes die zingen en insectengezoem bij mijn oor. Bomen steken hoog de hemel in en wiegend geven hun takken diepte aan de verre blauwe lucht. Mijn creatieve wortels vinden grond in deze periode van mijn bestaan. De verbazing over zoveel ruimte en zoveel dingen heeft me nooit verlaten.
Dit kunstproject brengt me binnen enkele schetsjes bij mijn katholieke achtergrond. Op een of andere manier ben ik moeiteloos wraakzuchtig want het eerste idee is: “Ik ga een Altaar voor een Eikel maken!” Blijkbaar is er nog altijd iets te vereffenen. De dwingelandij van de kerk heeft mijn verzet al opgeroepen voordat dat ik het woord kon schrijven.

Intussen ben ik ouder en de behoefte om te provoceren is er niet. Ik laat het idee los.
Ik ben al verbonden met de eik. Een krachtige boom om te zien.
Ik lees dat in de tijd van de Kelten en de Germanen de goden vaak aanbeden werden bij een oude, grote eik. De Wodaneik is een voorbeeld.
Als jongetje zwom ik in De Beerze bij de HEIK in Oirschot. (het heeft even geduurd voordat ik het puntje tussen de H en EIK zag) De Heilige Eik…Wat kun je daar allemaal bij voelen!? Bij die woorden alleen al, laat staan de plek zelf gezien met de ogen van dat jongetje van toen.
Van Het Altaar associeer ik naar een kapelletje. Een kapelletje bij een eik. Dat is een mooie combinatie.

Met een vriend maak ik een rondje langs kapelletjes. Hier in de buurt staan vooral grote, stenen kapelletjes. Die zoek ik niet. We wijken uit naar Vlaanderen. Daar zijn nog wegkapellekes. Ergens langs een akker of bij een kruispuntje staan ze.
Ook van steen wel, maar de mooiste zijn de pijlerkapellekes. Een soort vogelhuisje op een paal, maar dan voor Maria.
Het valt me op dat ze er eigenlijk allemaal hetzelfde uitzien. Mariabeeldje in het midden, aan weerszijden een potje met heel oude plastic bloemen en een ruitje ervoor. Meestal een puntdakje en altijd staat Maria te hoog. Ik moet bijna op mijn tenen en dan nog kan ik niet echt binnen kijken.
Ik word daar een klein beetje pissig over, want ik word gedwongen óp te kijken naar iets dat blijkbaar hoger staat dan ik. Ik voel me gemanipuleerd. Machiavelli op de zandgronden. Stelletje… Zo deden ze dat, die pastoors!
Ik weet nog dat mijn moeder geluiden van afgrijzen maakte als de pastoor met een sigaar rond etenstijd kwam informeren of het nog niet al tijd werd voor een nieuwe zwangerschap. Ik aard naar haar denk ik. Vreselijk!
Beelden uit The Magdalena Sisters, een film uit 2002 van Peter Mullan komen boven. De zelfgenoegzaamheid van die nonnen! Het absolute alleenrecht op de waarheid. Bah. De gebeurtenissen hebben werkelijk gespeeld. In 1964. Toen was ik 9 jaar! Die sfeer was hier niet veel anders. Minder extreem misschien. Hoewel er volop misbruik is gemaakt van hun machtspositie door nonnen en fraters en priesters. Op een of andere manier heb ik dat gevoel van oneerlijkheid ervaren en is het me bijgebleven.
Nu, altijd nog worden voorbehoedsmiddelen door de alwetende paus verboden. Waar bemoeit die man zich mee!
De toon is gezet. Met dit idee ga ik verder.
